BPM vanaf juli 2020 gebaseerd op WLTP – geen tussentijdse aanpassing

vrijdag 12 juli, 2019

Staatssecretaris Snel van Financiën gaat de BPM-tabel op basis van de nieuwe CO2-testmethode WLTP per 1 juli 2020 invoeren. In het persbericht daarover meldt het ministerie wederom het ‘budgettair neutraal’ te willen doen, op basis van TNO-onderzoek. RAI en Bovag komen met een contra-expertise.

De staatssecretaris heeft de branche laten weten geen tussentijdse aanpassing te doen voor de (stijgende) BPM-tarieven. Voor RAI Vereniging en BOVAG is dit besluit onverteerbaar, lieten ze gisteren al weten. De brancheorganisaties stellen vast dat voor veel auto’s al vanaf 2018 een fors hogere BPM geldt door invoering van de WLTP, waardoor met name de particuliere autokoper afhaakt. Over een nieuwe benzineauto wordt nu gemiddeld 800 euro meer BPM betaald en voor een dieselauto maar liefst 2.000 euro meer. Daarmee komt de gemiddelde BPM op een nieuwe benzineauto in 2019 inmiddels uit op 5.480 euro, ten opzichte van 4.642 euro in 2018. Voor een diesel ligt dit gemiddelde bedrag in 2019 zelfs op 11.433 euro in vergelijking met 8.870 euro in 2018.

Meer motorvermogen

Maar volgens Snel is er geen sprake van een BPM-stijging door de overgang naar WLTP. Hij baseert zich daarbij op onderzoek dat TNO in zijn opdracht het afgelopen jaar heeft uitgevoerd. Daarin stellen de onderzoekers dat de toename van de BPM een gevolg is het feit dat nieuw verkochte auto’s in deze jaren gemiddeld vervuilender zijn, doordat zij gemiddeld zwaarder zijn en meer motorvermogen hebben. Dat leidt tot een hogere CO2-uitstoot en dus een hogere BPM. Dit staat los van de nieuwe testmethode.

RAI en BOVAG hebben nu KPMG in de arm genomen voor een contra-expertise. KPMG legt daartoe alle beschikbare data van RDC, TNO, JATO en de fabrikanten naast elkaar. Naar verwachting is dit onderzoek eind deze zomer afgerond, zodat het nog op tijd komt voor de behandeling van de belastingplannen in de Tweede Kamer.

Categorie: Fiscaal
Labels: BOVAG, RAI Vereniging